Afscheidsinterview Sander Molenaar

Dat is natuurlijk al uitgebreid gedaan, bijvoorbeeld bij de laatste competitiewedstrijd, bij de afsluitende barbecue en tijdens de familiedagen. Maar van één speler in het bijzonder neemt Katwijk afscheid: Sander Molenaar. Hij heeft als echte Katwijkse jongen een speciaal plekje in de harten van de aanhang van de v.v. Katwijk veroverd. Na 9 seizoenen trouwe dienst gaat hij zijn geluk bij DOTO uit Pernis beproeven. In dit afscheidsmonoloog blikt Sander Molenaar nog één keer terug op zijn periode bij Katwijk.
Molenaar is 19 jaar spelend lid geweest bij Katwijk, waar hij begon in de E-jeugd. Zijn talent werd al snel herkend binnen de club waardoor hij eigenlijk van begins af aan een vaste klant was in de hoogste jeugdselecties. “Ik ben bij Katwijk in de E5 begonnen met voetballen. Daarna volgden de E2, E1, D3 en D1. Vanaf de D1 heb ik altijd in het hoogste jeugdteam gevoetbald.” De mooiste herinneringen aan zijn periode in de Katwijkse jeugd bewaart Molenaar aan de seizoenen in de A-jeugd. “Met de A1 werd ik voor het eerst echt kampioen. We promoveerden van de 3e Divisie naar de 2e Divisie. Het jaar daarop handhaafden we ons door in de middenmoot te eindigen. Ook dat was een hele prestatie.”
Een logische vervolgstap in de carrière van Molenaar was de overgang naar de A-selectie. In het seizoen ’98/’99 debuteerde hij in de selectie en al snel volgde zijn eerste optreden in het eerste elftal. “Ik begon in mijn eerste jaar bij de selectie in het tweede elftal. Na een aantal goede optredens in het tweede, schoof ik al vrij snel door naar Katwijk 1. Het begon met een paar invalbeurten, waarna ik in de uitwedstrijd tegen Zwart Wit ’28 voor het eerst in basis mocht starten. Vanaf toen speelde ik eigenlijk in de basis. Het was voor mij een heel mooi eerste seizoen, dat ik ook nooit meer zal vergeten. Ik kon eigenlijk weinig verkeerd doen, enerzijds omdat ik pas 18 jaar was toen ik mijn debuut maakte. Wat dat betreft was ik nog maar een jongentje. Anderzijds omdat ik uit de eigen jeugdopleiding kwam. Dat was op dat moment ook vrij uniek. Wat voor mij ook een gouden herinnering is, is mijn doelpunt tegen Quick Boys op “Nieuw Zuid”. Het enige smetje op mijn eerste seizoen is achteraf gezien toch wel het ontslag van Bob Kootwijk. Hij was tenslotte wel de man die mij de kans had gegeven mezelf te bewijzen in het eerste team.”
In zijn tweede seizoen kreeg Molenaar dus te maken met een nieuwe trainer, Wim van Zwam. “De nieuwe trainer vertelde mij bij aanvang van het seizoen eigenlijk al direct dat het een moeilijk jaar voor me zou worden. Hij zei dat ik in mijn eerste jaar nog weinig verkeerd kon doen, maar dat er dit jaar meer van me verwacht zou worden. Ik had ook nog eens de pech dat ik in de voorbereiding geblesseerd raakte, waardoor Van Zwam een basisteam smeedde waar ik niet meer in voor kwam. Toen ik weer fit was speelde ik voornamelijk in het tweede elftal. Af en toe zat ik op de bank bij Katwijk 1 en een enkele keer speelde ik vanaf het begin mee. Het wrange is misschien wel dat dit seizoen juist het succesvolste seizoen was in mijn carrière. Alleen jammer dat mijn eigen inbreng daarbij niet zo groot was. Het kampioenschap in de Hoofdklasse A maakte ik nog wel van dichtbij mee, maar in de competitie om het zaterdagkampioenschap viel ik weer buiten het team. Ik was zelfs al op vakantie op Tenerife toen ik hoorde dat we in Assen landskampioen (over twee wedstrijden werd Achilles 1894 met 5-3 verslagen, red.) waren geworden. Wel jammer dat ik daar niet bij kon zijn.”
Succestrainer Wim van Zwam vetrok al na één seizoen bij Katwijk om in het betaald voetbal aan de slag te gaan bij TOP Oss. De opvolger van Van Zwam was Laurens Mouter. “Ook Mouter zag het aanvankelijk niet zo in mij zitten”, vertelt Molenaar. “Maar ik was vastbesloten om me terug te knokken in het team. In het eerste jaar onder Mouter kwam ik tot slechts 13 wedstrijden, maar halverwege het seizoen ’01/’02 kon hij gelukkig niet meer om me heen. Ik kan wel zeggen dat het me behoorlijk frustreerde dat ik zo lang op mijn tweede kans moest wachten. Aan de andere kant heeft het me denk ik wel mentaal sterker gemaakt. Aan het eind van dat seizoen beleefden we met elkaar natuurlijk een enorme climax. Het was een zeer teleurstellend seizoen geweest, waarin we in de laatste competitieronde een promotie-/degradatiewedstrijd afdwongen tegen ONS Sneek. Die wedstrijd wonnen we in Ermelo (1-4, red.) waarna we met ruim 2000 supporters terugreisden naar Katwijk en daar werden binnengehaald door een deken van mensen die allemaal uitzinnig waren van vreugde. Dat is toch ook wel één van de speciale momenten uit mijn periode bij Katwijk.”
“Vanaf het moment dat Alfons Groenendijk trainer werd bij Katwijk ben ik weer veel meer gaan spelen. Toen Groenendijk in een mindere periode opstapte, ben ik alleen onder John Eelman nog een aantal wedstrijden buiten de boot gevallen, omdat hij van speelstijl veranderde. Toen ben ik ook langzaamaan van aanvallende middenvelder tot spits gekneed. Eerst als invaller, daarna als basisspeler. Vervolgens heb ik eigenlijk mijn plek in het eerste team niet meer afgestaan.”
Toch is Molenaar naar eigen zeggen meer een speler voor ‘op de 10’ dan een echte afmaker. “Hoewel ik nu als de spits van Katwijk afscheid neem, vind ik mezelf sterker als meevoetballende speler. Ik denk dat ik beter tot mijn recht kom als ik andere spelers goed kan laten voetballen. Het creëren van kansen ligt me denk ik beter dan het afmaken ervan. Ik wil ook graag in het spel betrokken worden. Ik ben niet het type speler die je à la Inzaghi of Van Nistelrooy een hele wedstrijd niet ziet, maar er op de besliste momenten wel twee in peert.” Een opvallende uitspraak voor iemand die in de laatste 5 seizoenen 62 doelpunten heeft gemaakt. “Natuurlijk is het speciaal als je veel scoort, maar ik heb zat wedstrijden gespeeld waarin ik niet het gevoel had dat ik echt meedeed. In het seizoen ’03/’04 scoorde ik bijvoorbeeld wel veel en onze tegenstanders waren beducht op me, maar voor mij persoonlijk was het eigenlijk niet zo’n prettig seizoen. Daarvoor ben ik gewoon een jongen die te veel van het spelletje houdt en niet puur en alleen van doelpunten.”
Tijdens het gesprek passeren verschillende namen van trainers de revue. Molenaar heeft bij Katwijk met 8 verschillende hoofdtrainers gewerkt, maar volgens Molenaar is er niet één als ‘beste trainer’ te bestempelen. “Dat is voor mij een heel makkelijke vraag. Ik heb geen uitgesproken favoriete trainer. Van elke trainer heb ik wel wat geleerd. Daarnaast is het een beetje appels met peren vergelijken. In mijn eerste jaren kwam ik eigenlijk net kijken en was ik misschien wel eens wat ongeduldig, maar in mijn laatste jaren was ik als speler min of meer gearriveerd en een stuk volwassener. In die zin staat de omgang met een trainer natuurlijk ook in een heel ander perspectief. Maar goed, ik kan wel met alle trainers die ik gehad heb door één deur.”
Ook qua spelers heeft Molenaar heel wat jongens zien komen en zien gaan. We vragen Molenaar zijn ‘topelftal’ te smeden van alle spelers waarmee hij heeft samengespeeld. Molenaar lijkt een moedig begin te maken, maar begint al snel te aarzelen. “Ik heb zoveel jongens meegemaakt hier bij Katwijk. Als ik een elftal moet verzinnen weet ik zeker dat ik sommige jongens te kort doe. Het heeft natuurlijk wel iets aparts dat ik halverwege de jaren ’90 als supporter stond te juichen voor jongens als Marco de Ridder, Hans Zwaan, Marco van der Plas, Wilfred Kwestro, Toine l’Ami en ga zo maar door, en dat ik een paar jaar later zelf met die spelers heb samengespeeld. Als ik dan toch een topelftal zou moeten samenstellen, dan staan deze namen er waarschijnlijk wel in. Maar ook spelers uit de huidige generatie verdienen dan wat mij betreft een plekje, bijvoorbeeld Wouter Verheij en Patrick Leeflang, waarmee ik de afgelopen jaren een goede vriendschap heb opgebouwd. Verder zou ik voor mezelf een plaatsje achter de spitsen reserveren.”
Uiteindelijk is er nu een eind gekomen aan Molenaars periode bij Katwijk. Volgend seizoen verdedigt hij de blauwzwarte kleuren van DOTO. Het was al langer bekend dat de in Vlaardingen woonachtige Molenaar de overstap wilde maken naar een club in de buurt, het was alleen nog de vraag wanneer de overstap zou plaatsvinden en naar welke club. “Sinds eind 2001 woon ik in Vlaardingen. Dat is nu toch alweer ruim vijfenhalf jaar. Aanvankelijk kon en wilde ik gewoon bij Katwijk blijven, maar op een gegeven moment heb ik besloten om dichter bij huis te gaan voetballen. Ik wilde gewoon wat meer vrijheid, meer tijd voor mijn vrouw en dochtertje.” De keuze voor DOTO was voor Molenaar eigenlijk al snel gemaakt. “Ik had voor mezelf drie criteria aan mijn toekomstige club gesteld: Een zo hoog mogelijk niveau, liefst Hoofdklasse, een team dat leuk en aanvallend voetbal speelt en dichter bij huis. Ik kon uit verschillende clubs kiezen, maar ik denk dat het op een gegeven moment ook een gevoelskwestie wordt. Na een aantal goede gesprekken met de hoofdtrainer, waarin ook de ambities van de club mij zeer aanspraken, had ik bij DOTO gewoon het beste gevoel. Al met al blijft het toch een nieuw avontuur bij een nieuwe club waar je nog niet alles van weet. We zullen zien hoe het verder gaat lopen.”
Molenaar sluit af met de woorden: “Ik vind het altijd leuk om te zien dat Katwijk een vereniging is met een hoop vrijwilligers. Mensen van weinig woorden en veel daden. Dat merk ik juist nu ik afscheid neem van de club. Veel mensen komen naar me toe om nog even te praten en me succes te wensen. Dan heb je eigenlijk al aan een handgebaartje of een paar woorden genoeg om te weten wat en hoe ze het bedoelen. Voor Katwijk is het denk ik een streven om al die vrijwilligers te behouden, want van deze mensen is de club toch wel afhankelijk. Mede door al het werk dat de vele vrijwilligers verrichten wordt je als speler van Katwijk 1 voortdurend in de watten gelegd, je hoeft je zelf bijna nergens zorgen over te maken. Daarom is een bedankje naar al deze mensen wel op zijn plaats.”

“Tenslotte wil ik Katwijk in de toekomst nog veel succes toewensen. De club heeft de laatste jaren de weg naar boven weer ingezet, maar de verwachtingen moeten niet te hoog gespannen zijn. Een team in opbouw wordt niet zomaar eventjes kampioen in een sterke competitie als de Hoofdklasse A. Wel denk ik dat als Katwijk de selectie elk jaar wat kan versterken, ze stukje bij beetje weer omhoog kunnen kijken, zodat ze zich op den duur weer in de kampioensstrijd kunnen mengen.”
Wij willen Sander Molenaar nogmaals bedanken voor zijn trouwe dienst voor de v.v. Katwijk. We zullen zijn inbreng gaan missen. Verder wensen we hem voor het komende seizoen veel succes bij zijn nieuwe club DOTO.
tekst: Arnoud van Zanten
foto's: Nico Ouwehand
