Voorbeeldfunctie
Dat voetbal uiteindelijk maar bijzaak is, wordt door dit artikel maar weer eens bevestigd.
Door de groeiende aandacht van de media voor voetbal, krijgen wij een steeds indringender beeld van het leven van trainers en spelers. Waar in het verleden de voetbalprestaties van een team centraal stonden, wordt er tegenwoordig ook zendtijd vrijgemaakt voor huwelijken van bekende voetballers. Daarnaast schieten de "sportprogramma's" als paddestoelen uit de grond waarin beelden en geluiden, die soms op onbewaakte momenten worden vastgelegd, diepgaand door kenners worden geanalyseerd. Het format van deze "sportprogramma's" is eenvoudig: Fopduiken, harde overtredingen en registraties van verbaal geweld worden oneindig herhaald, waarna een analist een meedogenloos oordeel velt over het gedrag van de betreffende speler of trainer. Al dan niet bewust wordt de kijker geconfronteerd met het stereotype beeld van de overbetaalde, ijdele en egoïstische voetballer, waarop steevast een discussie over de vervlakking van normen en waarden volgt.
Het is jammer dat in die "sportprogramma's" bijna uitsluitend aandacht is voor negatieve uitingen van spelers en trainers. Natuurlijk verdienen die uitingen aandacht en wordt daar doorgaans terecht afkeurend op gereageerd. Er valt rond een wedstrijd echter meer te zien dan vliegende tackles, schwalbes en scheldende trainers. Je moet het alleen willen zien.
Afgelopen zaterdag was ik in Oud-Beijerland bij de wedstrijd tussen SHO en Katwijk. Katwijk won de wedstrijd met 3-1 na schitterende doelpunten van Patrick Leeflang, Quincy van Ommeren en Marcel Vondeling. Als bestuurslid technische zaken heb ik de gewoonte om de spelers na een overwinning te feliciteren. Iedereen die heeft gevoetbald, kent de taferelen in een kleedkamer na een gewonnen wedstrijd. In de kleedkamer van Katwijk vindt de ontlading na een overwinning plaats op de dreunende bas van housemuziek. Als speler en trainer (en ook bestuurslid) koester je die momenten, daar leef je de hele week naar toe.
Afgelopen zaterdag toen ik naar de kleedkamer liep, verwachtte ik de gebruikelijke euforie, maar dit keer was het stil. In de kleedkamer zag ik hoe aanvoerder Sander Molenaar een gesigneerd Katwijk shirt aan één van onze supporters overhandigde en hem bemoedigend toesprak. Deze trouwe supporter, u kent hem vast, is ziek, ongeneeslijk ziek. Niettemin was hij ook deze week, door weer en wind, naar Oud-Beijerland gereisd om ons eerste elftal te zien spelen.
Op weg naar huis, en lang daarna, heb ik nagedacht over het onrechtvaardige lot en de clubliefde van deze jonge supporter en de relativiteit van het voetbalspel. Daarnaast kreeg ik diep respect voor onze spelersgroep die het vieren van de overwinning liet voor wat het was, om een moment stil te staan bij het lot van een medemens. Hoewel de spelers en de jonge supporter misschien hier niet op zitten te wachten, moest het mij toch van het hart. Grote klasse.
Leen van der Marel, bestuurslid Technische Zaken
